ontstaan

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·staan
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘vorm krijgen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1265 [1]
  • Afleiding van staan met het voorvoegsel ont- [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ontstaan
ontstond
ontstaan
klasse 6 volledig

Werkwoord

ontstaan

  1. ergatief de verandering ondergaan van niet bestaan naar wel bestaan
    • Die organisatie ontstond in de jaren veertig. 
     ‘Zwerftochten’ werd dat genoemd, een filosofie binnen de bergsport die ontstond in de jaren zeventig.[2]
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van ontstaan: de stam met de uitgang -en, zonder ge- vanwege voorvoegsel (is gelijk aan de onbepaalde wijs)

Werkwoord

vervoeging van: ontstaan…
verbogen vorm: ontstane

ontstaan

  1. voltooid deelwoord van ontstaan
  2. vormt de voltooide tijden
    • Dit is in de dertiende eeuw ontstaan. 
     Hoe was dit moois allemaal ontstaan? Was het inderdaad allemaal in zes dagen geschapen?[2]
    • Over hoe het heelal is ontstaan, is nog een hoop te ontdekken. 
  3. attributief gebruikt
    • Het riviertje stroomt in een door erosie ontstaan dal. 
stellend
onverbogen ontstaan
verbogen ontstane
partitief ontstaans

Bijvoeglijk naamwoord

ontstaan

  1. die zich ontwikkeld heeft
    • De ontstane wanorde was enorm. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen