onderzetter

Nederlands

 
[1] Onderzetter
 
[2] onderzetter
Uitspraak
Woordafbreking
  • on·der·zet·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord onderzetter onderzetters
verkleinwoord onderzettertje onderzettertjes

Zelfstandig naamwoord

onderzetter m [1]

  1. (huishouden) een voorwerp dat onder een warme pan wordt geplaatst, om de tafel of het aanrecht tegen de hitte van de pan te beschermen
  2. voorwerp dat onder een met vloeistof gevuld glas gezet kan worden om knoeien te voorkomen
    • Steel daar vooral de kartonnen onderzetters uit het café, want op verkoopsites brengen ze aardig wat geld op.[2] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC 7 mei 2016
  3.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be