nachttafel

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nacht·ta·fel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord nachttafel nachttafels
verkleinwoord nachttafeltje nachttafeltjes

Zelfstandig naamwoord

nachttafel v/m

  1. (meubel) een tafeltje of kastje dat naast het bed staat.
    • Ik heb mijn bril en mobiele telefoon altijd op het nachttafeltje naast mijn bed liggen. 
Synoniemen
  1. nachtkastje

Gangbaarheid

80 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be