kortademig

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kort·ade·mig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen kortademig kortademiger kortademigst
verbogen kortademige kortademigere kortademigste
partitief kortademigs kortademigers -

Bijvoeglijk naamwoord

kortademig

  1. bij geringe inspanning al lucht tekort hebben
    • Als ik verkouden ben, ben ik meestal ook 'kortademig'. 
     Ik was kortademig en had ’s avonds hoofdpijn. Wonen op drie meter onder zeeniveau (NAP) is heel wat anders dan lopen op duizend meter boven de zeespiegel.[1]
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers  
  2.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be