kookwekker

Een kookwekker.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kook·wek·ker
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kookwekker kookwekkers
verkleinwoord kookwekkertje kookwekkertjes

Zelfstandig naamwoord

kookwekker m

  1. een apparaatje dat in de keuken gebruikt wordt om de tijd te meten
    • Hun kookwekker doet het niet goed meer, waardoor laatst hun eten aanbrandde. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be