klinket

Schuurdeur met klinket

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • klin·ket
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord klinket klinketten
verkleinwoord klinketje klinketjes

Zelfstandig naamwoord

klinket o

  1. (bouwkunde) een kleine deur in een grote deur
    • Personen gaan door het klinket, voor voertuigen opent men de grote deuren. 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

9 % van de Nederlanders;
11 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be