hoofdstuk

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hoofd·stuk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord hoofdstuk hoofdstukken
verkleinwoord hoofdstukje hoofdstukjes

Zelfstandig naamwoord

hoofdstuk o

  1. bepaalde opdeling van tekst of beeld in een boek, toneelstuk of film
     Ik had het hoofdstuk over het huwelijk uit De profeet al vaker gehoord tijdens bruiloften, voorgelezen door een trotse oom of vader.[2]
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. hoofdstuk op website: Etymologiebank.nl
  2. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers  
  3.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be