gentiaan

Kochs gentiaan

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gen·ti·aan
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘plantengeslacht’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1554 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord gentiaan gentianen
verkleinwoord gentiaantje gentiaantjes

Zelfstandig naamwoord

gentiaan v/m

  1. (plantkunde) een kruidachtige plant uit het geslacht Gentiana   veelal met diepblauwe bloemen die hoog in het gebergte groeit
    • Het plukken van een gentiaan is verboden om de kwetsbare flora van het hooggebergte te beschermen. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

66 % van de Nederlanders;
44 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen