gebruiksvoorwerp

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·bruiks·voor·werp
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gebruiksvoorwerp gebruiksvoorwerpen
verkleinwoord gebruiksvoorwerpje gebruiksvoorwerpjes

Zelfstandig naamwoord

gebruiksvoorwerp o

  1. een ding dat door mensen gebruikt wordt.
    • gereedschap, keukengerei, meubilair en witgoed zijn gebruiksvoorwerpen 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be