finalis

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fi·na·lis
Woordherkomst en -opbouw
  • Van het Latijnse “finalis” (aan het einde komen) .
enkelvoud meervoud
naamwoord finalis finalissen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

finalis v

  1. (muziek) de grondtoon van een toonsoort, de eerste trap van en toonladder
    • Een melodie eindigt doorgaans in de finalis. 
Synoniemen
Hyperoniemen
  • toonaard, toonsoort, toonladder
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid