fabricage

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fa·bri·ca·ge
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord fabricage fabricages
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

fabricage v [3]

  1. (techniek) (machinale) productie (in een fabriek)
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen