detonator
- de·to·na·tor
- Leenwoord uit het modern Latijn, in de betekenis van ‘apparaat om springstof te doen ontploffen’ voor het eerst aangetroffen in 1929 [1]
- Naamwoord van handeling van detoneren met het achtervoegsel -ator [2]
enkelvoud | meervoud | |
---|---|---|
naamwoord | detonator | detonators detonatoren |
verkleinwoord | - | - |
de detonator m
- een hulpmiddel om een op zichzelf stabiel explosief, te laten ontploffen
- Het woord detonator staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "detonator" herkend door:
77 % | van de Nederlanders; |
72 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "detonator" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ detonator op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be