daartoe

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • daar·toe
Woordherkomst en -opbouw
  vnw. bijw.
  voorzetselbijwoord     toe  
 persoonlijk     ertoe  
aanwijz.   nabij     hiertoe  
  veraf     daartoe  
  vragend/betrekk.     waartoe  

Voornaamwoordelijk bijwoord

(scheidbaar)
daartoe

  1. aanwijzend veraf: *tot+dat, tot+die:
    • Hij behoort daartoe. 
    • Hij behoort daar niet toe. 
  2. met dat doel, daarom
  3. onder dwang van het volgende het eerste doen
    • Ik doe dit alleen maar als ik daartoe gedwongen word door de rechter. 

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be