hiertoe

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hier·toe
Woordherkomst en -opbouw
  vnw. bijw.
  voorzetselbijwoord     toe  
 persoonlijk     ertoe  
aanwijz.   nabij     hiertoe  
  veraf     daartoe  
  vragend/betrekk.     waartoe  

Voornaamwoordelijk bijwoord

(scheidbaar)
hiertoe

  1. aanwijzend dichtbij: *tot+dit, tot+deze:
    • Hij behoort hiertoe. 
    • Hij behoort hier niet toe. 

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen