confessioneel

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • con·fes·si·o·neel
enkelvoud meervoud
naamwoord confessioneel confessionelen
verkleinwoord - -

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als zelfstandig naamwoord

Zelfstandig naamwoord

confessioneel m

  1. (politiek) aanhanger van een confessionele partij
  2. (religie) orthodox lid van de Nederlands Hervormde Kerk
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen confessioneel confessioneler confessioneelst
verbogen confessionele confessionelere confessioneelste
partitief confessioneels confessionelers -

Bijvoeglijk naamwoord

confessioneel

  1. (religie) overeenkomstig met, of uitgaande van een geloofsbelijdenis
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be