bovenverdieping

Nederlands

 
trap naar een bovenverdieping
Uitspraak
Woordafbreking
  • bo·ven·ver·die·ping
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bovenverdieping bovenverdiepingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

bovenverdieping v [1]

  1. hoger (hoogst) gelegen etage in een gebouw
    • De explosie vond plaats om 06.45 uur in de ochtend. De gehele bovenverdieping lijkt daarbij te zijn weggevaagd en in brokstukken op straat terecht te zijn gekomen. Ook andere woningen in het complex zijn beschadigd. Direct na de ontploffing brak brand uit, maar die is inmiddels geblust. Het gasnet is preventief afgesloten.[2] 
     `Onze gasten kunnen gerust slapen in de wetenschap dat hun vertrekken duchtig worden bewaakt; zei Montebello. `Om zich toegang te verschaffen tot de bovenverdiepingen dient men te passeren tussen de hybride verschijningsvorm van de angst en het verraderlijk spinnende poesje dat voor raadselen stelt, die respectievelijk staan voor het weinig realistische zelfbeeld van de man en het wezen van de vrouw, als u het mij toestaat u te amuseren met mijn dilettantisme op het gebied van de symboliek.[3]
     Op het moment dat zij zich op de bank wilde laten ploffen, realiseerde Chantal zich dat zij geen gestommel op de bovenverdieping hoorde.[4]
  2. (schertsend) de hersenen en het verstand
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • het scheelt hem in zijn bovenverdieping
hij is niet goed wijs
Vertalingen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Jorg Leijten Sjoerd Klumpenaar 19 april 2017
  3. Pfeiffer, Ilja Leonard   “Grand Hotel Europa” (2018), De Arbeiderspers  , ISBN 978-90-295-2622-7, p. 16
  4. Suzanne Vermeer  All-inclusive”   (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht, ISBN 90-229-9182-2