Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bo·ring
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord boring boringen
verkleinwoord borinkje borinkjes

Zelfstandig naamwoord

boring v

  1. (techniek) het boren
  2. (werktuigbouwkunde) (motortechniek) kaliber, met name van een cilinder van een verbrandingsmotor
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

84 % van de Nederlanders;
80 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be