boomkap

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • boom·kap
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord boomkap -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

boomkap m

  1. het rooien van bomen
    • Er komt nog geen einde aan de boomkap in de Amazone. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

87 % van de Nederlanders;
83 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be