Catalaans

Bijvoeglijk naamwoord

blanc

  1. (kleur) wit

Zelfstandig naamwoord

blanc m

  1. (kleur) wit

Frans

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  blanc     le blanc     blancs     les blancs  

Zelfstandig naamwoord

blanc m

  1. wit
  2. (sociologie) blanke
  3. (figuurlijk) spatie
  4. (historisch) een zeker muntstuk
  5. eiwit
  enkelvoud meervoud
  mannelijk   blanc blancs
  vrouwelijk   blanche blanches

Bijvoeglijk naamwoord

blanc

  1. (kleur) wit
  2. (sociologie) blank
  3. (figuurlijk) ongebruikt, blanco
  4. (figuurlijk) maagdelijk
  5. (figuurlijk) onbewogen, emotieloos
  6. (figuurlijk) schoon(gemaakt)
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • une arme blanche
een blanke wapen, d.w.z. een houw- of steekwapen
  • un bac blanc
een oefen(eind)examen
  • une carte blanche
onbeperkte volmacht, vrijbrief
  • un mariage blanc
een schijnhuwelijk (lett. een maagdelijk huwelijk)
  • une marche blanche
een witte mars, herdenkingsmars
  • une voix blanche
een vlakke stem
  • un vote blanc
een blanco stem (van een verkiezing)

Verwijzingen

  1.   Weblink bron BLANC in: TLFi, Le Trésor de la langue française informatisé (1971–1994) op cnrtl.fr


Occitaans

Zelfstandig naamwoord

blanc m

  1. (kleur) wit

Bijvoeglijk naamwoord

blanc

  1. (kleur) wit