becquerel

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bec·que·rel
Woordherkomst en -opbouw
  • eponiem: vernoemd naar de 19e-eeuwse Franse natuurkundige A.H. Becquerel  , in de betekenis van ‘eenheid van radioactiviteit’ voor het eerst aangetroffen in 1906 [1][2]
enkelvoud meervoud
naamwoord becquerel becquerels
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

becquerel m

  1. (natuurkunde), (elektronica), (eenheid) de SI-eenheid van radioactiviteit, weergegeven met symbool Bq
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

37 % van de Nederlanders;
48 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen


Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·cque·rel
enkelvoud meervoud
becquerel becquereles

Zelfstandig naamwoord

becquerel m

  1. (eenheid) becquerel
Synoniemen

Verwijzingen