bakplaat

Nederlands

 
bakplaten
Uitspraak
Woordafbreking
  • bak·plaat
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bakplaat bakplaten
verkleinwoord bakplaatje bakplaatjes

Zelfstandig naamwoord

bakplaat v / m

  1. (huishouden) (kookkunst) ijzeren plaat in een oven waarop het deeg geplaatst wordt
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be