aanmelding

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·mel·ding
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aanmelding aanmeldingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

aanmelding v

  1. het bericht dat iemand aanwezig zal zijn en al dan niet zal meedoen
    • "De toegang tot genetische rijkdommen is afhankelijk van de vooraf, op basis van aanmelding, gegeven instemming van de Partij die de rijkdommen levert, tenzij die Partij anders beslist." [1]
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Artikel 15 lid 5 van het Verdrag inzake biologische diversiteit.
  2.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be