aanleiding

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·lei·ding
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aanleiding aanleidingen
verkleinwoord aanleidinkje aanleidinkjes

Zelfstandig naamwoord

aanleiding v

  1. datgene wat iets tot gevolg heeft, dirkte oorzaak
    • een aanleiding is zelden de echte oorzaak 
    • Er was geen duidelijke aanleiding waarom de oorlog begon. 
     Onderwijsminister Arie Slob staat de pers te woord naar aanleiding van het stopzetten van de financiering van het Haga Lyceum.[3]
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen