Rechnung

Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • Rech·nung
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

Rechnung v

  1. (economie) factuur, nota, rekening
    «Es hat sich ein Fehler in die Rechnung eingeschlichen.»
    Er is een fout in de rekening geslopen.
  2. (figuurlijk) beraad
  3. (wiskunde) berekening
Verbuiging
Afkorting
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden