zwijgzaam

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwijg·zaam
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen zwijgzaam zwijgzamer zwijgzaamst
verbogen zwijgzame zwijgzamere zwijgzaamste
partitief zwijgzaams zwijgzamers -

Bijvoeglijk naamwoord

zwijgzaam

  1. weinig sprekend
    • Na de dood van haar vader is ze erg zwijgzaam geworden. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be