zichtas

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zicht·as
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zichtas zichtassen
verkleinwoord zichtasje zichtasjes

Zelfstandig naamwoord

zichtas v/m

  1. (bouwkunde) het vanaf een bepaald standpunt langs een lijn geboden vrije uitzicht naar een karakteristiek punt
    • Dat zou een belangrijke zichtas onderbreken. 
Vertalingen

Gangbaarheid

Meer informatie