Nederlands

 
1. medicament in de vorm van een pil die via de anus toegediend wordt
Uitspraak
Woordafbreking
  • zet·pil
Woordherkomst en -opbouw
  • samenstelling van  zet ww  en  pil zn , in de betekenis van ‘pil die in de endeldarm gebracht wordt’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1642 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord zetpil zetpillen
verkleinwoord zetpilletje zetpilletjes

[2]

Zelfstandig naamwoord

zetpil v/m

  1. (farmacologie) medicament in de vorm van een pil die via de anus toegediend wordt
    • Heb je je zetpil al genomen? 
  2. (farmacologie) (bij vrouwen ook:) medicament in de vorm van een pil die via de vagina toegediend wordt
Synoniemen
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen