zalmroze

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zalm·ro·ze
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zalmroze -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

zalmroze o

  1. (kleur) een licht oranje-roze kleur zoals die van zalm
    • Het zalmroze van haar jurk stak vreemd af tegen zijn helgele overhemd. 
stellend
onverbogen zalmroze
verbogen zalmroze

Bijvoeglijk naamwoord

zalmroze

  1. van een licht oranje-roze kleur zoals die van zalm
    • Haar zalmroze jurk stond haar prachtig. 

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.