zalmroze

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zalm·ro·ze
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zalmroze -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

zalmroze o

  1. (kleur) een licht oranjeroze kleur zoals die van zalm
    • Het zalmroze van haar jurk stak vreemd af tegen zijn helgele overhemd. 
stellend
onverbogen zalmroze
verbogen zalmroze

Bijvoeglijk naamwoord

zalmroze

  1. van een licht oranjeroze kleur zoals die van zalm
    • Haar zalmroze jurk stond haar prachtig. 

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be