worteltrekken

1. symbool voor het worteltrekken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wor·tel·trek·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
worteltrekken
-
-
onvolledig

Werkwoord

worteltrekken

  1. (wiskunde) berekenen van een getal (wortel) dat een bepaald aantal keren met zichzelf vermenigvuldigd even groot is als een opgegeven waarde (een inverse operatie van machtsverheffen)
    • in plaats van lekker buiten te spelen moest hij van de meester worteltrekken 
Opmerkingen
  • In het spraakgebruik wordt bij 'wortel' en 'worteltrekken' vaak in de eerste plaats gedacht aan de vierkantswortel: het getal dat met zichzelf vermenigvuldigd gelijk is aan een opgegeven waarde.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen

 

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen