werknemersbond

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • werk·ne·mers·bond
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord werknemersbond werknemersbonden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

werknemersbond m [1]

  1. vereniging die de belangen van mensen die werken in loondienst behartigt
     Voorzitter Lloyd Read van de werknemersbond van Iamgold riep de arbeiders voordat Rosebel met een verklaring kwam al op om uit veiligheidsoverwegingen voorlopig niet meer aan het werk te gaan.[2]
     De productiestop zou eveneens berusten op openstaande rekeningen, stelt een woordvoerder van de belangrijkste werknemersbond bij Saab woensdag.[3]
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2.   Weblink bron Harmen Boerboom “Dode bij rellen met illegale goudzoekers bij Surinaamse goudmijn” (29-07-2019), NOS
  3.   Weblink bron “Productie Saab tijdelijk stilgelegd” (30-03-2011), Tubantia