Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • we·de
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wede weden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

wede v / m [2] [3]

  1. (plantkunde) (medisch) Isatis tinctoria   kruisbloemige plant met langwerpige bladeren en kleine gele trosbloemen waarvan men de gedroogde bladeren kan gebruiken voor het maken van ontsmettende zalf en men tevens de blauwe kleurstof pastel kan winnen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

28 % van de Nederlanders;
26 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen