• pas·tel
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘kleurstof’ voor het eerst aangetroffen in 1778 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord pastel pastels
pastellen
verkleinwoord pastelletje pastelletjes

het pastelo [3] [4]

  1. droge stof waarmee men kan kleuren
  2. tekenstift van voornoemd materiaal vervaardigd
  3. tekening, schilderij van voornoemd materiaal vervaardigd
95 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[5]


  • pas·tel
enkelvoud meervoud
pastel pasteles

pastel m

  1. gebak