kleurkrijt


Nederlands

 
schilderij o.a. gemaakt met kleurkrijt
Uitspraak
Woordafbreking
  • kleur·krijt
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kleurkrijt
verkleinwoord kleurkrijtje kleurkrijtjes

Zelfstandig naamwoord

kleurkrijt o [1]

  1. een wit krijtje waaraan een kleur is toegevoegd
    • ‘Mijn moeder was souffleuse bij het amateurtheater. Ik ging als jongetje altijd met haar mee naar de repetities, had mijn eigen plekje in de coulissen. Ze zorgde voor voldoende boeken, papier, kleurkrijt en pennen. [2] 
    • Er wordt ook gewoon geschreven met pen, gelezen in boeken, getekend met kleurkrijt of gespeeld met water. „De iPad is geen doel maar een middel”, zegt Kampman. „Je moet adaptief zijn. [3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. De Standaard 24 JANUARI 2014 OM 03:00 UUR | Guus Bauer, John Irving
  3. NRC Maarten Huygen 7 november 2015 Werkt de ipadschool?
  4.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be