• waar·de·vol
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen waardevol waardevoller waardevolst
verbogen waardevolle waardevollere waardevolste
partitief waardevols waardevollers -

waardevol

  1. een grote waarde hebbend
    • Dit is zijn waardevolste bezit. 
     Duidelijk blijkt dat de diepere betekenis voor ons nog even waardevol is. Voor de viering zullen wij, terugdenkend aan vroeger, zeker veel mogelijkheden vinden.[1]
     Wat moest ik hiermee, al dat zweverige gepraat over het universum? Toch was het een waardevolle ontmoeting.[2]
100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]
  1. “Het hele jaar rond: van Sinterklaas tot Sintemaarten” (1973), Lemniscaat  , p. 7
  2. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers  
  3.   Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be