vragensteller

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vra·gen·stel·ler
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vragensteller vragenstellers
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

vragensteller m

  1. iemand die een vraag stelt
    • Ik kan me niet voorstellen ooit naar een krant te schrijven om te vragen of ik mijn partner moet verlaten. Waarom doen mensen dat? „Een vriend aan wie je advies vraagt, kent de details van je leven heel goed. Het prettige van sociale wetenschap is dat je een stap terugdoet en naar de principes kijkt. Ik denk dat mensen dat willen. Ze willen niet horen wat ik vind dat ze moeten doen, ze willen weten hoe ze erover moeten nadenken.” Ariely schreef aan deze vragensteller dat mensen geneigd zijn voor comfort en veiligheid te kiezen, terwijl risico’s nemen en experimenteren vaak beter is. [1] 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. NRC Ellen de Bruin 27 november 2015
  2.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be