vlechtwerk

Nederlands

 
vlechtwerk
Uitspraak
Woordafbreking
  • vlecht·werk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vlechtwerk vlechtwerken
verkleinwoord vlechtwerkje vlechtwerkjes

Zelfstandig naamwoord

vlechtwerk o [1]

  1. een voorwerp dat door vlechten is ontstaan
    • De drie-eenheid tussen werken, wonen en recreëren die de stad al jarenlang hanteert voor de leefbaarheid, moet volgens Van der Avert blijven. „Het is bijzonder dat we een vlechtwerk hebben van onder andere sociale woningbouw in de stad. Dat maakt de cohesie beter. Het opbouw is echt ontzettend belangrijk voor de stad. Dat weefwerk moet blijven. Want alleen dan blijft de stad een stad. Je ziet bijvoorbeeld in de Jordaan dat er sociale woningbouw wordt verkocht. Daar moet je op letten, want het tast misschien wel de leefbaarheid aan.”[2] 
    • De bunkers van de Tigerstelling op Terschelling worden regelmatig vernield. De stichting Bunkerbehoud Terschelling is er klaar mee. „Er worden feestjes gehouden, glaswerk wordt kapotgeslagen, ze stoken vuurtjes van vlechtwerk van wilgenhout en nu zijn er weer bordjes vernield”, aldus bestuurslid Sietze Hamstra. „We werken met vrijwilligers. Het kost iedere keer een hoop tijd om alles te herstellen.”[3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Telegraaf RICHARD 24 aug. 2017
  3. de Telegraaf 04 aug. 2017