verzetten

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·zet·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verzetten
verzette
verzet
zwak -t volledig

Werkwoord

verzetten

  1. wederkerend zich ~ tegen: weerstand bieden aan iets
    • Zij verzetten zich danig tegen de overvallers. 
  2. overgankelijk van de ene op de andere plaats zetten
    • Hij verzette zijn koning om schaak te voorkomen. 
     Wat moest ik doen als er ’s nachts onverwacht toch iemand langs zou komen rijden? Ik kroop mijn tent uit en verzette nogmaals alle haringen om zo nog minder in de weg te staan.[1]
  3. inergatief werk ~ veel aan het arbeidsproces bijdragen
    • Hij heeft altijd veel werk verzet. 
  4. (scheepvaart) een zijdelingse beweging maken
Verwante begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

verzetten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord verzet

Werkwoord

vervoeging van
verzetten

verzetten

  1. meervoud verleden tijd van verzetten
    • Wij verzetten. 
    • Jullie verzetten. 
    • Zij verzetten. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers  
  2.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be