vegetarisch

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ve·ge·ta·risch
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen vegetarisch vegetarischer
verbogen vegetarische vegetarischere
partitief vegetarisch vegetarischers -

Bijvoeglijk naamwoord

vegetarisch

  1. als of voor vegetariërs
    • Zij at bij een vegetarisch restaurant. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Duits

Bijvoeglijk naamwoord

vegetarisch

  1. vegetarisch; als of voor vegetariërs.