veeteelt

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vee·teelt
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord veeteelt -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

veeteelt v/m

  1. het onderhouden en fokken van vee
    • Hij heeft al drie jaar een bedrijf dat zich met veeteelt bezighoudt. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be