transpositie

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • trans·po·si·tie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord transpositie transposities
verkleinwoord transpositietje transpositietjes

Zelfstandig naamwoord

transpositie v

  1. (muziek) in een andere toonsoort overgezette muziek
    • Op onze instrumenten is het stukje in de transpositie naar F-majeur, beter speelbaar. 
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen