stelregel

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stel·re·gel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord stelregel stelregels
verkleinwoord stelregeltje stelregeltjes

Zelfstandig naamwoord

stelregel m

  1. richtsnoer
  2. (techniek) richel waarmee geprefabriceerde constructiedelen op de juiste plaats kunnen worden aangebracht
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be