Hoofdmenu openen


Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spik·ke·lig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen spikkelig spikkeliger spikkeligst
verbogen spikkelige spikkeligere spikkeligste
partitief spikkeligs spikkeligers -

Bijvoeglijk naamwoord

spikkelig [1]

  1. met kleine stippels, met kleine vlekjes
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders;
74 % van de Vlamingen.

Verwijzingen