scheikundige

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schei·kun·di·ge
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord scheikundige scheikundigen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

scheikundige m

  1. (beroep) (scheikunde) een wetenschapper die de scheikunde beoefent
Synoniemen
Vertalingen

Bijvoeglijk naamwoord

scheikundige

  1. verbogen vorm van de stellende trap van scheikundig

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be