scheepslading

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • scheeps·la·ding
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord scheepslading scheepsladingen
verkleinwoord scheepsladinkje scheepsladinkjes

Zelfstandig naamwoord

scheepslading v

  1. de goederen die in het ruim van een vrachtschip vervoerd worden
    • De hongerende bevolking had aan één scheepslading graan niet genoeg. 
Vertalingen

Gangbaarheid