pico bello

1. Het karakteristieke handgebaar voor picobello.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pi·co bel·lo
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen pico bello
verbogen -

Bijvoeglijk naamwoord

pico bello

  1. keurig netjes, onberispelijk verzorgd
     De groenten hoeven er niet meer pico bello uit te zien. Lelijk blad of bruine plekken snijdt u gewoon weg.[4]
     Peters is voorzitter van de club, vijfhonderd leden, en hij is hier dagelijks te vinden voor een klusje. Bladblazen, grasmaaien; de trainings- en wedstrijdvelden liggen er pico bello bij.[5]
     Het gaat om de ervaringen van de man die vier jaar geleden zulke fijne schoenen kocht dat hij er dag en nacht op bleef lopen zodat hij na twee jaar moest vaststellen dat de schoenen weliswaar nog steeds pico bello waren maar de veters allang niet meer.[6]
     In de film Turist arriveert een gezin, vader, moeder, twee kinderen, in een pico bello skivakantiehotel.[7]
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.[8]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. bello pico bello op website: Etymologiebank.nl
  3.   Weblink bron Als Arbeidsman naar Oostland Eerste Uitgang in: Het Nationale Dagblad  , jrg. 7 nr. 330 (30 november 1943), De Nationale Pers, Leiden, p. 3 kol. 6
  4.   Weblink bron Janneke Vreugdenhil “Bijna alles past wel bij elkaar in een no-waste-soep Koken in tijden van corona” (19 maart 2020) op nrc.nl
  5.   Weblink bron Freek Schravesande “Bij Hoevelaken rechtsaf” (28 januari 2019) op nrc.nl
  6.   Weblink bron Karel Knip “Worstelen met te gladde of te stroeve schoenveters” (20 april 2018) op nrc.nl
  7.   Weblink bron Joyce Roodnat “Wilt u even op de foto?” (28 februari 2015) op nrc.nl
  8.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be