opwekkend

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·wek·kend

Werkwoord

vervoeging van: opwekken
verbogen vorm: opwekkende

opwekkend

  1. onvoltooid deelwoord van opwekken


stellend vergrotend overtreffend
onverbogen opwekkend opwekkender opwekkendst
verbogen opwekkende opwekkendere opwekkendste
partitief opwekkends opwekkenders -

Bijvoeglijk naamwoord

opwekkend [1]

  1. van iets of iemand dat je er vrolijk en levendig van wordt
    • Ook in Nederland kan men zich op een 'opwekkend' vitamine-infuus laten aansluiten. De behandeling, die wel eens de ultieme anti-katerbehandeling wordt genoemd, zou vooral populair zijn in het uitgaanscircuit. [2] 
    • Modemeisje en blogster Anna Nooshin begon vandaag met een opwekkend bericht op haar Instagram-account. [3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen