onbekende

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·be·ken·de
Woordherkomst en -opbouw

Bijvoeglijk naamwoord

onbekende

  1. verbogen vorm van de stellende trap van onbekend
     Een onbekende stem vertelde een eindeloos lange mop met een zeer matige clou, maar ik was allang blij afgeleid te worden.[1]
enkelvoud meervoud
naamwoord onbekende onbekenden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

onbekende v/m

  1. iemand die je niet kent, iemand waarvan je niet weet wie hij of zij is
    • De onbekende man redde het kind van de verdrinking en was verdwenen voordat de dankbare ouders hem konden bedanken. 
     Ik was weer die nieuwsgierige jongen die graag naar verhalen van onbekenden luisterde.[1]
  2. een term in een vergelijking waarvan je de waarde niet kent maar wel kunt berekenen
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. 1,0 1,1 Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers  
  2.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be