bekende

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·ken·de
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van bekend met het achtervoegsel -e
enkelvoud meervoud
naamwoord bekende bekenden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

bekende m

  1. een persoon waarvan je weet wie het is
    • Ik heb het boek uitgeleend aan een bekende. 
Synoniemen
Antoniemen
Hyponiemen
Vertalingen

Bijvoeglijk naamwoord

bekende

  1. verbogen vorm van de stellende trap van bekend
Uitdrukkingen en gezegden
  • Naar de bekende weg vragen
een vraag stellen terwijl je het antwoord eigenlijk al weet

Werkwoord

vervoeging van
bekennen

bekende

  1. enkelvoud verleden tijd van bekennen
    • Ik bekende. 
    • Jij bekende. 
    • Hij, zij, het bekende. 
  2. verbogen vorm van bekend, voltooid deelwoord van bekennen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be