• neer·leg·gen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
neerleggen
legde neer
neergelegd
zwak -d volledig

neerleggen

  1. overgankelijk op iets leggen of plaatsen
    • Hij legde de hoorn neer. 
  2. overgankelijk afstand doen van iets
    • Zij legde haar ambt neer. 
  3. overgankelijk doodschieten
    • Hij werd door de kwade man neergelegd. 
  4. overgankelijk een bedrag betalen
    • Het bedrag moest vóór 12 uur neergelegd worden. 
     De iconische foto Le Violon d'Ingres van fotograaf Man Ray is afgelopen weekend geveild voor een recordbedrag van 12,4 miljoen dollar. Dat gebeurde in veilinghuis Christie's in New York. Nooit eerder werd er zoveel geld neergelegd voor een foto.[1]
  5. wederkerend zich ~ bij het verzet tegen iets opgeven
    • Hij legde zich niet neer bij de uitspraak en ging in hoger beroep. 
     Het bedrijf is het nog steeds niet eens met de nederzettingenpolitiek, stelt het in een tweet. Maar het lijkt zich wel bij het besluit van Unilever neer te leggen. Ben & Jerry's benadrukt dat het merk in Israël door de deal volledig in handen is van en gerund wordt door American Quality.[2]
  • [2] het werk neerleggen
99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]
  1.   Weblink bron “Iconische Le Violon d'Ingres van Man Ray als duurste foto ooit geveild” (16 mei 2022), NOS
  2.   Weblink bron “Ben & Jerry's verontwaardigd over besluit om merk in Israël te verkopen” (30 juni 2022), NU.nl
  3.   Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be