luchtgevecht

Nederlands

 
luchtgevecht
Uitspraak
Woordafbreking
  • lucht·ge·vecht
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord luchtgevecht luchtgevechten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

luchtgevecht o [1]

  1. (luchtmacht) gevecht tussen twee of meer vliegtuigen
    • In totaal haalde Manfred von Richthofen tachtig vliegtuigen neer. Niemand heeft tijdens de Eerste Wereldoorlog meer luchtgevechten gewonnen dan hij. Het respect van de geallieerden voor de Rode Baron was zo groot dat de Engelsen hem een militaire begrafenis gaven. [2] 
    • De aanstichter van het drama, de Duitse piloot Augenstein, zal het eind van het jaar ook niet halen. Na 45 geallieerde bommenwerpers te hebben neergehaald, overlijdt hij in december 1944 bij een luchtgevecht in de buurt van Münster.[3]  
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. De Standaard 09/07/2014 door kld
  3. Volkskrant 14-02-2017